ECLI:NL:RVS:2013:CA3592
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling op grond van artikel 8 EVRM
De minister voor Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde of de rechtbank de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro correct had toegepast. De rechtbank had geoordeeld dat de belangenafweging van de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd was en onvoldoende rekening hield met het belang van de thuiswonende kinderen van de vreemdeling, die in Nederland waren opgegroeid. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte de waardering van de belangen door de staatssecretaris had vervangen door haar eigen oordeel en onvoldoende terughoudendheid had betracht.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht rekening had gehouden met de veroordeling van de vreemdeling voor poging tot doodslag en het ontbreken van pogingen om Nederland te verlaten na het beëindigen van het legale verblijf. Ook was het oordeel van de staatssecretaris dat de sociale contacten van de kinderen niet onherstelbaar zouden worden verbroken en dat het recht op gezinsleven niet strekt tot domiciliekeuze, voldoende gemotiveerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.