ECLI:NL:RVS:2013:CA3717
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling en minderjarig kind
De minister van Buitenlandse Zaken wees een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een vreemdeling en haar minderjarig kind. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de minister niet in redelijkheid mocht tegenwerpen dat er tegenstrijdigheden waren in de verklaringen van de vreemdeling en de referent over de feitelijke gezinsband. De minister hoefde de vreemdeling niet in de gelegenheid te stellen correcties op het gehoorverslag in te dienen, en het aanbieden van een DNA-onderzoek was niet verplicht.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geoordeeld dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) buiten de toepassingsgrond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 valt. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.