ECLI:NL:RVS:2014:11
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank Alkmaar inzake Wob-verzoeken en besluitminister
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 1 november 2012 over bezwaar en beroep tegen besluiten van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Appellant had verzoeken gedaan over het gebruik van een adellijke titel door de ex-echtgenoot van prinses Irene, waarop de minister diverse keren schriftelijk heeft gereageerd. De rechtbank verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en stuurde bepaalde beroepschriften door als bezwaarschriften.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de brieven van 25 januari en 15 februari 2010 besluiten zijn. Deze brieven zijn slechts correspondentie en geen besluiten in de zin van de Awb. Daarom had de rechtbank zich onbevoegd moeten verklaren ten aanzien van dat deel van het beroep. Tevens vernietigt de Raad het besluit van 3 december 2012 van de minister dat de bezwaren niet-ontvankelijk verklaarde.
De Raad bevestigt het overige van de uitspraak van de rechtbank. Ook wijst de Raad erop dat appellant het griffierecht voor het hoger beroep vergoed krijgt. De procedure toont de complexiteit van Wob-verzoeken en de juiste kwalificatie van besluiten en correspondentie in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister en verklaart het hoger beroep gegrond.