ECLI:NL:RVS:2014:1180
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid Spanje voor asielaanvragen en toetsing overnameprocedure
Bij besluiten van 17 oktober 2013 wees de staatssecretaris de aanvragen van de vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel af, omdat Spanje verantwoordelijk was voor de behandeling van deze aanvragen. De voorzieningenrechter verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat Spanje op grond van de Verordening (EG) 343/2003 terecht verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen en dat de staatssecretaris niet gehouden was nader onderzoek te doen naar de geldigheid van de Schengenvisa afgegeven door Litouwse autoriteiten namens Spanje. De grief van de staatssecretaris slaagt daarom.
Verder wordt geoordeeld dat hoewel de staatssecretaris niet volledig heeft voldaan aan artikel 3.118a van het Vreemdelingenbesluit 2000 door het voornemen tot afwijzing na de overnameverzoeken te verstrekken, de vreemdelingen hierdoor niet zijn benadeeld. Ook is de procedure rondom het medisch onderzoek en het gehoor van vreemdeling 1 zorgvuldig verlopen.
Ten slotte is de overdracht aan Spanje niet in strijd met artikel 3 EVRM Pro, mede vanwege het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de gemotiveerde reactie van de staatssecretaris op de zorgen over de Spaanse asielprocedure. De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.