ECLI:NL:RBDHA:2015:8164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland voor behandeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de asielaanvragen van een Servisch stel afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van hun verzoeken. Duitsland heeft het verzoek tot overname geaccepteerd, waardoor Nederland niet langer verantwoordelijk is.
Verzoekers stelden dat zij langer dan drie maanden buiten het grondgebied van de lidstaten verbleven en dat hun aanvraag in een verlengde asielprocedure had moeten worden behandeld. De rechtbank oordeelde dat de bepalingen van Verordening 604/2013 geen rechten aan asielzoekers toekennen om tegen de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat op te komen als die lidstaat het overnameverzoek heeft geaccepteerd.
De rechtbank verwees naar het arrest Shamso Abdullahi van het Hof van Justitie en recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigen dat de verantwoordelijkheid bij de aangezochte lidstaat ligt na acceptatie. De stellingen van verzoekers en de overgelegde stukken waren onvoldoende om hiervan af te wijken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.