ECLI:NL:RVS:2014:1299
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke lus wegens onvoldoende motivering uitsluiting woonfunctie in bestemmingsplan Dorpskernen Liesveld
Bij besluit van 26 maart 2013 stelde de raad van de gemeente Molenwaard het bestemmingsplan "Dorpskernen Liesveld" vast, waarin onder meer het gebruik van het perceel van appellant voor wonen werd uitgesloten. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen, maar dat deze beslissing terughoudend wordt getoetst.
De Afdeling oordeelde dat het gewijzigde plan ten opzichte van het ontwerpplan geen wezenlijke wijziging bevatte waarvoor een nieuwe procedure nodig was. De raad hoefde daarom afdeling 3.4 van de Awb niet toe te passen bij de wijziging van 24 september 2013. Inhoudelijk stelde appellant dat het plan ten onrechte de woonfunctie op zijn perceel uitsloot, terwijl andere percelen met dezelfde bestemming "Centrum" die functie wel toestonden en het kettingbeding geen ruimtelijke relevantie heeft.
De raad voerde aan dat de woonfunctie ter plaatse onwenselijk is vanwege geluidhinder van het naastgelegen dorpshuis De Vijf Lelies. De Afdeling stelde vast dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom wonen op het perceel van appellant niet ruimtelijk aanvaardbaar is, terwijl dit op andere percelen met dezelfde bestemming wel is toegestaan. Ook ontbrak inzicht in de ruimtelijke gevolgen van de horeca-activiteiten voor de woonfunctie. Daarom is het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en niet zorgvuldig voorbereid.
De Afdeling draagt de raad op binnen 26 weken de gebreken te herstellen door de motivering aan te vullen of het besluit te wijzigen en de uitkomst mee te delen. De procedurekosten en griffierecht worden in de einduitspraak behandeld.
Uitkomst: De raad van de gemeente Molenwaard wordt opgedragen binnen 26 weken de motivering te verbeteren of het besluit te wijzigen betreffende de uitsluiting van de woonfunctie op het perceel van appellant.