ECLI:NL:RVS:2014:1300
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade door bedrijventerrein
De appellant, eigenaar van een woning te Midwolde, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leek om een tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering van zijn woning door de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan dat de ontwikkeling van een bedrijventerrein mogelijk maakte. Het college wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het college ten onrechte het nadeel dat samenhing met de na 3 juli 2001 aangebouwde woning voor rekening van appellant had gelaten, omdat de planologische verslechtering op het moment van aankoop in 1984 niet voorzienbaar was. Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht de adviezen van deskundige Thorbecke had gevolgd, die stelde dat de waardevermindering minder dan de forfaitaire drempel van 2% bedroeg en dat het uitzicht al in de oude situatie beperkt was door de mogelijkheid tot bebouwing.
Ook het betoog dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar toename van verkeersintensiteit werd verworpen, omdat verkeerstellingen uit 2008 en 2011 geen toename lieten zien en de ontsluiting van het bedrijventerrein via de rijksweg A7 verloopt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 2 oktober 2012, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.