ECLI:NL:RVS:2014:1343
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoeken tegen exploitatie zonder vergunning en verbouwing zonder bouwvergunning
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 13 april 2010 verzoeken van appellant afgewezen om handhavend op te treden tegen het exploiteren van een restaurant zonder Drank- en Horecavergunning en het verbouwen van een pand zonder bouwvergunning. Appellant maakte bezwaar, dat door de burgemeester en het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond.
Appellant voerde aan dat de verleende vrijstelling en vergunningen nietig waren omdat de Wet op de Ruimtelijke Ordening niet meer van toepassing was en het pand verbouwd had moeten worden. De Afdeling oordeelde dat nietigheid slechts in bijzondere gevallen kan worden aangenomen en dat appellant de gebreken eerder had moeten aanvoeren. Verder stelde appellant dat de Drank- en Horecavergunning ingetrokken had moeten worden wegens het niet melden van verbouwingen en het niet voldoen aan bouwkundige eisen. De Afdeling stelde vast dat de vergunning was verleend met het oog op de situatie na verbouwing en dat de verbouwing voltooid was, zodat geen grond was voor intrekking.
Appellant stelde ook dat de overschrijding van termijnen door het college en burgemeester gevolgen moest hebben, maar de Afdeling oordeelde dat deze termijnen termijnen van orde zijn zonder rechtsgevolgen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.