Appellante, Vereniging De Bovengrondse, maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een indienststellingsvergunning te verlenen voor de Noord/Zuidlijn. Dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en volgde het standpunt van verweerder dat appellante zich voldoende had moeten informeren over het besluit via openbare bronnen.
In hoger beroep betoogde appellante dat het besluit nietig was of niet als besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt, en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld. Het College oordeelde dat geen sprake was van nietigheid van rechtswege en dat het besluit rechtsgeldig was bekendgemaakt aan de burgemeester als vertegenwoordiger van de vergunninghouder.
Het College stelde vast dat appellante pas op 18 juli 2018 rechtstreeks kennis kreeg van het besluit en binnen twee weken daarna bezwaar maakte. De websites waarop verweerder verwees waren niet bestemd voor officiële bekendmaking van besluiten, zodat appellante niet kon worden verweten deze niet te hebben gevolgd. De termijnoverschrijding was daarom verschoonbaar.
Het College vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en bepaalde dat verweerder binnen vier maanden een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.