ECLI:NL:RVS:2014:137
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemming en aanduiding in bestemmingsplan Boulevard Vlissingen niet onredelijk vastgesteld
Bij besluit van 7 maart 2013 stelde de raad van de gemeente Vlissingen het bestemmingsplan "Boulevard" vast. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in, gericht tegen onder meer de begrenzing van het plan rondom hotel Britannia en het plandeel bij Boulevard Evertsen 9. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het zich richtte tegen de begrenzing rondom hotel Britannia en Boulevard Evertsen 9, omdat appellant daartegen geen zienswijze had ingebracht.
Appellant betoogde verder dat de bestemming "Wonen-1" met de aanduiding ‘gemengd’ op een locatie niet in overeenstemming was met eerdere uitspraken en dat een garagebedrijf mogelijk moest blijven. De raad stelde dat bedrijfsbestemmingen in een overwegend woongebied niet passend zijn en dat functies als balletschool, sportschool, kantoor en zakelijke dienstverlening ruimtelijk aanvaardbaar zijn.
De Afdeling oordeelde dat het weren van bedrijfsbestemmingen in deze woonomgeving niet onredelijk is en dat het huidige gebruik als balletschool is toegestaan. Ook achtte de Afdeling de inhoud van de splitsingsakte van de Vereniging van Eigenaren geen evidente privaatrechtelijke belemmering voor het plan. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.