ECLI:NL:RVS:2014:1389
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens schending tolkvoorschriften
De staatssecretaris heeft op 15 maart 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep is vastgesteld dat tijdens het eerste en nader gehoor op 10 en 12 september 2012 een niet-beëdigde tolk werd ingezet zonder dat de staatssecretaris deze afwijking schriftelijk en met redenen had vastgelegd, zoals vereist is op grond van artikel 28 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv). Hierdoor is de Wbtv geschonden.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank het beroep gegrond had moeten verklaren en het besluit van 15 maart 2013 had moeten vernietigen. Het hoger beroep wordt daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 1.461,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens schending van de Wbtv en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.