ECLI:NL:RVS:2014:1478
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep verlenging verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 2 april 2013 de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en trok de verblijfsvergunning in. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 augustus 2013 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris deugdelijk had gemotiveerd dat in Irak, en specifiek in Kirkuk, geen situatie bestond die bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 rechtvaardigt.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De overige beroepsgronden waren door de rechtbank uitdrukkelijk verworpen en de vreemdeling had hiertegen geen bezwaar gemaakt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing en intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.