ECLI:NL:RVS:2014:682
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat algemene veiligheidssituatie in Irak geen grond biedt voor verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 19 juli 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had genomen en dat de algemene veiligheidssituatie in Irak, met name in Bagdad, ondanks een verslechtering sinds april 2013, niet dermate ernstig is dat dit een reëel risico op bedreiging van leven of persoon oplevert zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hierbij werd onder meer rekening gehouden met internationale rapporten, jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Ook het beroep tegen het uitgevaardigde inreisverbod werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod blijft in stand.