ECLI:NL:RVS:2014:1525
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorschotten kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomsten
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen waarbij de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011 zijn herzien en op nihil gesteld. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant heeft aangetoond dat zij in 2010 en 2011 kosten voor kinderopvang heeft gemaakt op basis van een schriftelijke overeenkomst met een gastouderbureau, zoals vereist volgens de Wet kinderopvang en de Regeling Wet kinderopvang. De door appellant overgelegde overeenkomsten voldeden niet aan de formele vereisten, onder meer omdat bemiddelingskosten ontbraken en de stukken onderling verschilden zonder verklaring.
Daarnaast toonden de bankafschriften niet aan dat appellant de volledige kosten had voldaan, terwijl zij wel het gehele jaar gebruik maakte van gastouderopvang. De Belastingdienst/Toeslagen baseert de toeslag op schriftelijke overeenkomsten en gemaakte afspraken, en is bereid deze aan te passen bij gewijzigde afspraken, maar appellant kon dit niet voldoende aantonen.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant geen aanspraak heeft op voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.