ECLI:NL:RVS:2014:1114
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.J. Borman
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag 2009 wegens niet tijdige betaling kosten
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar voorschot kinderopvangtoeslag 2009 door de Belastingdienst/Toeslagen, die het voorschot op nihil had gesteld omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij kosten voor kinderopvang had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat volgens de Wet kinderopvang (Wko) kosten voor kinderopvang tijdig betaald moeten zijn om in aanmerking te komen voor toeslag. Appellante had een deel van de kosten pas in november 2011 voldaan, wat te laat was. Hoewel de Belastingdienst in uitzonderlijke gevallen uitstel kan accepteren, had appellante dit niet tijdig gemeld. De Afdeling oordeelde dat de kosten die later betaald zijn niet als kosten van 2009 kunnen worden aangemerkt.
Verder stelde appellante dat de toeslag herberekend had moeten worden op basis van de tijdig betaalde kosten, maar de Afdeling vond dat de overeenkomst en verstrekte gegevens wezen op een totaalbedrag dat niet volledig was betaald binnen het kalenderjaar. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat de kinderopvang had plaatsgevonden op basis van een overeenkomst zoals vereist. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag 2009 wordt bevestigd.