ECLI:NL:RVS:2014:1594
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldig grensdocument
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd buiten behandeling en verklaarde hun bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en bepaalde dat de vreemdelingen een verblijfsvergunning moesten krijgen, vrijgesteld van het vereiste een geldig document voor grensoverschrijding te bezitten.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen onvoldoende hadden aangetoond dat zij vanwege de Russische regering niet in het bezit konden worden gesteld van een geldig grensdocument. De verklaringen van de Russische autoriteiten ontbraken aan onderbouwing en de vreemdelingen hadden niet voldaan aan de bewijslast zoals neergelegd in het Vreemdelingenbesluit en de Vreemdelingencirculaire.
Verder stond vast dat de vreemdelingen de Russische nationaliteit bezaten, waardoor hun beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunningen door de staatssecretaris werd bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunningaanvragen worden ongegrond verklaard.