ECLI:NL:RVS:2014:1601
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens tijdelijke verblijfsvergunning in Aruba
De zaak betreft het hoger beroep van een verzoekster tegen de afwijzing van haar verzoek om het Nederlanderschap. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties had het verzoek op 7 december 2011 afgewezen vanwege bedenkingen tegen haar verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba, omdat zij slechts beschikte over een tijdelijke verblijfsvergunning als inwonende dienstbode.
De verzoekster stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat haar tijdelijke verblijfsvergunning tot bedenkingen leidde, mede vanwege beleidswijzigingen in Aruba die het roulatiesysteem van tijdelijke vergunningen hadden afgeschaft. De Afdeling oordeelde echter dat de beleidswijziging niet op haar situatie van toepassing was, omdat zij slechts twee opeenvolgende vergunningen onder de beperking 'inwonende dienstbode' had ontvangen, terwijl de beleidswijziging betrekking heeft op vier opeenvolgende vergunningen onder de beperking 'arbeid in loondienst'.
Verder bleek dat eerdere vergunningen van de verzoekster niet onder de beperking 'arbeid in loondienst' vielen, waardoor haar verblijf niet als onbepaald kan worden aangemerkt. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat bedenkingen tegen haar verblijf voor onbepaalde tijd bestaan en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 augustus 2013, waarmee het verzoek om naturalisatie definitief werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.