ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7025
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens verblijfstitel in Aruba niet in overeenstemming met wettelijke bepalingen
Eiser, houder van de Venezolaanse nationaliteit, verzocht om naturalisatie in Aruba. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet beschikte over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, zoals vereist volgens artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiser stelde dat hij reeds tien aaneengesloten tijdelijke verblijfsvergunningen had ontvangen, wat feitelijk neerkomt op een verblijf voor onbepaalde tijd. Tevens voerde hij aan dat de toepasselijke Landsverordening Toelating en Uitzetting (LTU) niet op hem van toepassing was, omdat zijn eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning vóór 24 juni 2002 zou zijn ingediend, en dat hij als ondernemer een speciale status had.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn eerste aanvraag vóór genoemde datum was ingediend en dat hij feitelijk als werknemer in loondienst werd aangemerkt. Gezien het feit dat eiser al tien jaar aaneengesloten tijdelijke verblijfsvergunningen had, kon niet worden aangenomen dat er bedenkingen bestonden tegen zijn verblijf voor onbepaalde tijd. Verweerder had daardoor onterecht het naturalisatieverzoek afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en reiskosten van de gemachtigde van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen en proceskosten vergoeden.