ECLI:NL:RVS:2014:1625
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van stopzettingsbevel kinderopvang wegens ernstige tekortkomingen in kwaliteit en veiligheid
De zaak betreft het hoger beroep van een houder van een kinderdagverblijf in Rotterdam tegen besluiten van de GGD en het college van burgemeester en wethouders die een bevel tot onmiddellijke stopzetting van de exploitatie oplegden vanwege ernstige tekortkomingen.
Na meerdere inspecties constateerde de GGD onder meer een onstabiel pedagogisch team, onveilige en onhygiënische situaties, en onvoldoende stimulering van de ontwikkeling en veiligheid van kinderen. Het bevel tot stopzetting werd gegeven omdat het nemen van maatregelen geen uitstel kon lijden.
De houder voerde aan dat het bevel onbevoegd was gegeven en dat de situatie niet zo ernstig was als gesteld, onder meer op basis van een deskundigenrapport en verklaringen van medewerkers. De Raad van State oordeelde echter dat het bevoegdheidsgebrek was hersteld en dat de constateringen van de toezichthouders juist en voldoende waren onderbouwd.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de omstandigheden bij andere kinderdagverblijven niet vergelijkbaar waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bevel tot stopzetting van de exploitatie van het kinderdagverblijf bevestigd.