ECLI:NL:RVS:2021:859
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek inzake bevoegdheid directeur-bestuurder om besluit te nemen
Appellanten verzochten in januari 2015 om openbaarmaking van stukken bij een schoolbestuur. Na uitblijven van reactie stelden zij beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep in maart 2017 niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit was genomen door de directeur-bestuurder van de stichting.
Appellanten vroegen vervolgens herziening van deze uitspraak op grond van de stelling dat de directeur-bestuurder ten tijde van het besluit niet bevoegd was omdat hij nog niet benoemd was. De rechtbank wees het herzieningsverzoek af, stellende dat deze onbevoegdheid reeds vóór de uitspraak bekend had kunnen zijn en de brief van april 2017 geen nieuw feit vormde.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de onbevoegdheid wel degelijk een grond voor herziening was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat herziening slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, maar niet bekend waren en ook niet redelijkerwijs bekend konden zijn. Omdat appellanten al vóór de uitspraak van maart 2017 de onbevoegdheid betwistten, kon dit niet als nieuw feit gelden.
De Afdeling verwierp ook het bezwaar dat een rechter die eerder bij de zaak betrokken was, niet opnieuw mocht oordelen. Verder wees zij het beroep af omdat appellanten hoger beroep hadden kunnen instellen toen zij de brief van april 2017 ontvingen, maar dit niet deden.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek en verklaart het hoger beroep ongegrond.