ECLI:NL:RVS:2014:1641
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor nieuwbouw binnen rivierbed op grond van Waterwet
Hartenaasje B.V. verzocht om een vergunning op grond van artikel 6.5 van de Waterwet voor het slopen van een deel van een bestaande opstal en het oprichten van een nieuw kantoorgebouw met zes verdiepingen binnen het rivierbed aan de IJssel. De minister weigerde deze vergunning omdat de doelstellingen van de Waterwet zich tegen vergunningverlening verzetten. De rechtbank verklaarde het beroep van Hartenaasje ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelde dat de beleidsregels grote rivieren, die een afwegingskader bieden voor vergunningverlening, niet in strijd zijn met de Waterwet en terecht zijn toegepast. De uitbreiding van het bebouwde volume met meer dan 300% overschrijdt de toegestane beperkte uitbreiding van 10% en kan niet als rivierkundig van ondergeschikt belang worden beschouwd. Ook is niet voldaan aan de voorwaarden voor meer ruimte voor de rivier zoals bedoeld in de beleidsregels.
Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die afwijking van de beleidsregels rechtvaardigen. Het perceel ligt tussen rivier en primaire waterkering, waardoor de rivierkundige irrelevantie niet aannemelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de geweigerde vergunning blijft van kracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor nieuwbouw binnen het rivierbed.