ECLI:NL:RVS:2014:1645
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning wegens mantelzorg
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde of het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) en de motivering van het besluit zorgvuldig en inzichtelijk waren. De rechtbank had geoordeeld dat het BMA-advies ten onrechte aan het besluit ten grondslag lag omdat het geen informatie over mantelzorg bevatte. De Afdeling stelde echter vast dat de behandelaars van de vreemdeling niet hadden aangegeven dat er in Nederland mantelzorg aanwezig was en dat het BMA-advies daarom terecht was gebruikt.
Verder oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gesteld over de noodzaak van mantelzorg en de reële vrees dat de vreemdeling op straat zou komen te verkeren. De Afdeling vond dat het BMA-advies en de aanvullende nota van het BMA juist waren en dat medicatietrouw en therapietrouw ook in het land van herkomst gewaarborgd konden worden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.