ECLI:NL:RVS:2014:1656
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsovergang en inkomensbeoordeling bij aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit genomen moest worden. De minister stelde hiertegen hoger beroep in, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat sinds 1 juni 2013 de bevoegdheid voor mvv-zaken is overgegaan op de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, waardoor de minister geen hoger beroep kon instellen.
Inhoudelijk betrof het geschil de wijze van beoordeling van het inkomen van de zelfstandige referent. De staatssecretaris stelde dat het inkomen uitsluitend gebaseerd moest zijn op één boekjaar, terwijl de rechtbank oordeelde dat een langere periode dan anderhalf jaar mag worden betrokken bij de beoordeling van de duurzaamheid van het inkomen. De Afdeling bevestigde dat het beleid en de wet dit toestaan en dat het besluit van de staatssecretaris ondeugdelijk was gemotiveerd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het heffen van griffierecht bepaald. De uitspraak benadrukt de bevoegdheidsovergang en verduidelijkt de beoordeling van het inkomen van zelfstandigen bij mvv-aanvragen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.