ECLI:NL:RVS:2014:4692
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf voor kennismigrant wegens niet-marktconform loon
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) door de minister, later toegerekend aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De vreemdelingen, waaronder een kennismigrant en zijn gezin, stelden dat de minister niet bevoegd was en dat het besluit onzorgvuldig was genomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep door de staatssecretaris was ingesteld en dat het gebrek aan bevoegdheid krachtens artikel 6:22 van Pro de Awb kon worden gepasseerd, omdat de vreemdelingen daardoor niet zijn benadeeld. De kern van het geschil betrof de beoordeling of het loon van de kennismigrant marktconform was. De rechtbank had het beleid van de staatssecretaris om aanvragen af te wijzen bij niet-marktconform loon terecht onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd geoordeeld.
De Raad van State bevestigde echter dat het advies van het UWV, dat het loon van €4.335 bruto per maand sterk afwijkt van het gebruikelijke loon van circa €2.900, zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de staatssecretaris dit advies terecht had gevolgd. Omdat de vreemdelingen geen tegenadvies hadden ingebracht, was het besluit voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep werden ongegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €487 en er werd griffierecht geheven van €493. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 december 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.