ECLI:NL:RVS:2014:1787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in kinderopvangtoeslagzaak na ouderschapsonderzoek
De Belastingdienst had het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2007 herzien en vastgesteld op nihil, waarna appellant bezwaar maakte en de rechtbank Limburg het besluit deels vernietigde. De rechtbank oordeelde dat appellant als biologische ouder van één kind aanspraak had op toeslag, maar niet voor het andere kind. Zowel appellant als de Belastingdienst gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat appellant geen aanspraak heeft op toeslag voor het kind waarvoor hij geen ouder is volgens de wet, ook niet op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld. Voor het biologische kind werd het eerdere oordeel van de rechtbank bevestigd dat appellant ouder is in de zin van de wet, ook zonder juridische erkenning.
Wel vernietigde de Afdeling de proceskostenveroordeling van de Belastingdienst voor het ouderschapsonderzoek en reiskosten, omdat deze kosten niet onder de proceskostenregeling vallen. De Belastingdienst werd veroordeeld tot een lager bedrag aan proceskostenvergoeding. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen vanwege onzekerheid over het nieuwe besluit. De Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen over de toeslag voor het biologische kind.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, dat van de Belastingdienst gegrond voor de proceskosten; de proceskostenveroordeling wordt vernietigd en de Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen over de toeslag voor het biologische kind.