ECLI:NL:RVS:2014:1789
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluiten kinderopvangtoeslag 2007 en 2008 wegens onterecht vastgesteld nihil
De Belastingdienst/Toeslagen herzag in 2012 de definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2007 en 2008 voor appellante naar nihil en vorderde het teveel betaalde terug. Tevens werd het voorschot voor 2009 herzien naar nihil. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de herziening voor 2007 en 2008 niet was toegestaan omdat de kinderopvangtoeslag toen al definitief was vastgesteld en de Belastingdienst geen feiten had gesteld die herziening rechtvaardigden. Ook was niet voldaan aan de voorwaarden voor herziening op grond van het weten of behoren te weten van appellante. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld.
Ten aanzien van het voorschot 2009 oordeelde de Afdeling dat de betaling van kosten na het toeslagjaar niet kan worden toegerekend aan dat jaar, waardoor het nihil stellen van het voorschot terecht was. Het betoog van appellante dat zij te goeder trouw handelde en de kosten had voldaan, leidde niet tot een ander oordeel.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 29 oktober 2012, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de herzieningsbesluiten voor 2007 en 2008 worden vernietigd en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.