ECLI:NL:RVS:2014:1841
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onterechte aanwijzing overtreder afvalstoffenverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had op 29 mei 2013 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos met afval, aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer, te verwijderen. De doos droeg naam- en adresgegevens van appellant, die daarom als overtreder werd aangemerkt en de kosten van bestuursdwang werden aan haar opgelegd.
Appellant stelde dat zij de doos niet zelf verkeerd had aangeboden, maar dat iemand anders deze uit de gemeenschappelijke berging had gehaald en foutief had neergezet. Zij lichtte toe dat zij wegens een vroegtijdige bevalling tijdelijk in het ziekenhuis verbleef en de doos in de berging had geplaatst. Het college heeft deze verklaring niet weersproken.
De Raad van State oordeelde dat appellant de overtreding niet feitelijk had gepleegd en dat de handeling van het verkeerd aanbieden van de doos niet zonder meer aan haar kon worden toegerekend. Het college had onvoldoende feiten aangevoerd om dit te rechtvaardigen. Daarom werd het besluit dat appellant als overtreder aanmerkte en de kosten aan haar oplegde vernietigd en het primaire besluit herroepen.
De Raad van State bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van bestuursdwangkosten aan appellant wordt vernietigd en herroepen.