ECLI:NL:RVS:2018:2432
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- R. van der Spoel
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval naast inzamelvoorziening
Op 5 december 2016 werd een huisvuilzak aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening aan de Weidevogellaan te Den Haag. In deze zak werd een poststuk gevonden met naam- en adresgegevens van appellant, waarop het college hem als overtreder van artikel 9 van Pro de Afvalstoffenverordening aanmerkte. Appellant betwistte deze overtreding en voerde aan dat het poststuk niet voldoende bewijs vormt, mede omdat het ongeopend was en de zak vernietigd was, waardoor tegenbewijs onmogelijk werd gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwijst naar vaste jurisprudentie waarin wordt aangenomen dat het aantreffen van een poststuk dat tot de betrokkene te herleiden is, een bewijsvermoeden oplevert dat het afval door die persoon onjuist is aangeboden, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. De Afdeling oordeelt dat dit bewijsvermoeden ook geldt bij één poststuk en ongeopend poststuk, en dat het college niet verplicht is het afval te bewaren.
Appellant voerde verder aan dat hij op het moment van aantreffen stage liep in Amsterdam, dat de afstand tussen zijn woning en de vindplaats ruim 1,3 km is, en dat het poststuk mogelijk verkeerd bezorgd was. De Afdeling acht deze omstandigheden onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen, mede omdat appellant geen concrete aanwijzingen gaf dat het poststuk verkeerd bezorgd was.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de bestuurlijke sanctie blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het college wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke sanctie blijft in stand.