ECLI:NL:RVS:2014:1927
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen subsidievaststelling voor voorziening PBL
Stichting MEE Amstel en Zaan stelde beroep in tegen het besluit van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) waarin de subsidie over 2011 werd vastgesteld. Het geschil betrof de subsidiabiliteit van dotaties aan een voorziening voor Persoonlijk Budget Levensfase (PBL). Het CVZ had een deel van de dotatie afgetrokken omdat deze betrekking had op toekomstige, nog niet opgebouwde PBL-uren.
De stichting voerde aan dat de dotaties aan de voorziening PBL subsidiabel zijn op grond van de Regeling subsidies AWBZ en de CAO Gehandicaptenzorg, omdat sprake is van een verplichting en de kosten waarschijnlijk of vaststaand zijn. De Raad van State oordeelde echter dat alleen werkelijke en doelmatige lasten subsidiabel zijn en dat toekomstige PBL-uren afhankelijk zijn van onzekere factoren, waardoor de dotaties daarvoor niet subsidiabel zijn.
Verder faalde het betoog dat het CVZ in strijd met het verbod van willekeur en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel zou hebben gehandeld, omdat de situatie in 2011 verschilde van die in eerdere jaren. De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van Stichting MEE Amstel en Zaan tegen het subsidiebesluit van het CVZ over 2011 wordt ongegrond verklaard.