ECLI:NL:RVS:2014:1929
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidievaststelling en dotatie aan voorziening Persoonlijk Budget Levensfase door CVZ
Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) stelde bij besluit van 11 maart 2013 de subsidie voor Stichting MEE Regio Tilburg over 2011 vast en trok daarbij de dotatie aan de voorziening Persoonlijk Budget Levensfase (PBL) af van het exploitatiesaldo. De stichting maakte bezwaar, stellende dat de dotatie aan de voorziening PBL subsidiabel is, omdat deze gebaseerd is op verplichtingen uit de CAO Gehandicaptenzorg en artikel 2.5.6a van de Regeling subsidies AWBZ.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat alleen werkelijke lasten subsidiabel zijn en dat dotaties aan voorzieningen voor nog niet opgebouwde PBL-uren niet als werkelijke lasten kunnen worden aangemerkt, omdat deze afhankelijk zijn van onzekere toekomstige factoren. De stichting kon daarom niet in aanmerking komen voor subsidie over die dotaties.
Verder faalt het betoog van de stichting dat het CVZ in strijd met het verbod van willekeur en het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel zou hebben gehandeld, omdat de situatie in 2009 en 2010 anders was, waarbij alleen dotaties voor reeds opgebouwde PBL-uren subsidiabel waren.
De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en wijst het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van Stichting MEE tegen het subsidievaststellingsbesluit van het CVZ over 2011 wordt ongegrond verklaard.