ECLI:NL:RVS:2014:1962
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen besluit wijziging verblijfsvergunning HIV-patiënt
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het besluit van 24 mei 2012 vernietigde waarbij een aanvraag tot wijziging van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd was afgewezen.
De rechtbank had geoordeeld dat het besluit van 24 mei 2012 in strijd was met de onderzoeksplicht van de bestuursrechter, omdat het Bureau Medische Advisering (BMA) niet inhoudelijk had gereageerd op een brief van de behandelaar van de vreemdeling. De staatssecretaris stelde dat hij aan zijn onderzoeksplicht had voldaan en dat het risico dat het BMA niet reageerde voor rekening van de vreemdeling kwam.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand konden blijven. De Afdeling bevestigde dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk voldoende was en dat de staatssecretaris terecht was uitgegaan van de juistheid daarvan. Ook werd geoordeeld dat het BMA elke zaak op zijn eigen merites beoordeelt en dat het niet nodig was nader advies te vragen.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen volledig in stand blijven. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 24 mei 2012 blijven volledig in stand.