ECLI:NL:RVS:2014:1970
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep in zaak uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de staatssecretaris zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling de gevolgen van een onderbreking in medicijnverstrekking zelf zo veel mogelijk moet voorkomen.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het besluit had vernietigd en dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat omstandigheden betreffende de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg in Nigeria niet bij de beoordeling betrokken hoeven te worden. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.