ECLI:NL:RVS:2014:2170
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens tijdelijk verblijfsrecht in Aruba
Appellante diende op 20 juli 2010 een verzoek in om het Nederlanderschap te verkrijgen, maar dit verzoek werd op 23 mei 2011 door de minister afgewezen vanwege bedenkingen tegen haar verblijf voor onbepaalde tijd in Aruba. De staatssecretaris stelde dat appellante slechts een tijdelijke verblijfsvergunning had voor arbeid in loondienst, wat niet voldoet aan de vereisten voor naturalisatie.
Appellante voerde aan dat het Arubaanse beleid inmiddels was gewijzigd waardoor haar verblijf niet langer als tijdelijk moest worden beschouwd, en dat eerdere vergunningen met andere verblijfsdoelen haar positie versterkten. De Afdeling oordeelde echter dat voor de beoordeling van het naturalisatieverzoek het verblijfsdocument ten tijde van de beslissing doorslaggevend is, en dat de tijdelijke aard van haar vierde achtereenvolgende vergunning leidend is.
Verder stelde appellante dat de staatssecretaris het Arubaanse vreemdelingenbeleid doorkruist, maar de Afdeling vond dat de staatssecretaris terecht het Nederlandse beleid hanteert en dat er geen bewijs was dat de staatssecretaris al sinds 2009 op de hoogte was van het gewijzigde Arubaanse beleid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 februari 2013 werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd.