ECLI:NL:RVS:2014:2224
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- R. Uylenburg
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving wegens overtreding zorgplicht bodemverontreiniging door mest
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming, omdat mest via een slecht onderhouden erfverharding de bodem kon verontreinigen. Appellant voerde verweer tegen de bevoegdheid van het college en de representativiteit van het oriënterend bodemonderzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat voor overtreding van artikel 13 niet Pro vereist is dat daadwerkelijk bodemverontreiniging heeft plaatsgevonden, maar dat het voldoende is dat de zorgplicht niet is nageleefd. De aanwezigheid van mest op de erfverharding en het oriënterend bodemonderzoek maakten aannemelijk dat mest via de verharding de bodem kan bereiken en deze verontreinigd is.
Het verweer van appellant dat het onderzoek niet representatief was en dat een andere referentiesituatie had moeten worden gehanteerd, werd verworpen. Ook het betoog dat geen dwangsom is verbeurd omdat geen overtreding zou zijn gepleegd, faalde omdat appellant geen bodemonderzoek had laten verrichten.
De beroepen tegen het besluit op bezwaar en tegen de invordering van de dwangsom werden ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de last onder dwangsom en de invordering daarvan worden ongegrond verklaard.