ECLI:NL:RVS:2019:2005
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving mesthoudend water en asbesthoudende materialen op agrarisch perceel te Someren
Het college van burgemeester en wethouders van Someren legde appellanten dwangsommen op om overtredingen te beëindigen op een perceel waar voorheen een varkenshouderij was gevestigd. Het ging om mesthoudend open water en asbesthoudende golfplaten die verwijderd moesten worden. Appellanten voerden aan dat het mesthoudend water het gevolg was van regenwater en dat zij niet verantwoordelijk waren voor de asbesthoudende platen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het mesthoudend water door niet-opgeruimde mest op het perceel kon uitstromen en de bodem kon verontreinigen, wat een overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming opleverde. Ook het nalaten van het verwijderen van asbesthoudende platen vormde een overtreding van de Wet milieubeheer en de Wabo, ongeacht of de platen door menselijke handeling of storm waren neergelegd.
De Afdeling oordeelde dat appellante sub 1 als bestuurder en aandeelhouder zeggenschap had over het perceel en daarmee als overtreder kon worden aangemerkt. Beroepen op overmacht en onmogelijkheid tot betaling van dwangsommen faalden wegens gebrek aan onderbouwing. Het college hoefde geen last onder bestuursdwang op te leggen omdat de belangen zich niet tegen dwangsommen verzetten.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de invordering van de verbeurde dwangsommen werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de dwangsombeschikkingen en invordering zijn ongegrond verklaard en de besluiten van het college blijven in stand.