ECLI:NL:RVS:2014:2347
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek buiten beschouwing laten lijfrente-uitkering bij huurtoeslag 2010
De appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om bij de vaststelling van de huurtoeslag over 2010 bepaalde bestanddelen van zijn toetsingsinkomen buiten beschouwing te laten, waaronder een uitkering van een lijfrenteverzekering bij Aegon. Dit verzoek werd gedeeltelijk afgewezen en het bezwaar daarop grotendeels ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de lijfrenteverzekering niet kwalificeert als ouderdomspensioen in de zin van het Besluit op de huurtoeslag (Bht).
De rechtbank baseerde zich op de definitie van ouderdomspensioen in de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling, waaruit volgt dat alleen pensioenuitkeringen die voortkomen uit een pensioenregeling van werkgever of beroepsgenoten als zodanig kunnen worden aangemerkt. Omdat appellant de lijfrenteverzekering zelf heeft afgesloten, is de uitkering niet als afkoop van ouderdomspensioen te beschouwen.
Appellant voerde aan dat hij de verzekering had afgesloten vanwege het ontbreken van een collectieve pensioenvoorziening bij zijn werkgever en dat het oogmerk was een oudedagsvoorziening met nabestaandendekking te creëren. Dit verweer werd verworpen omdat het niet voldoet aan de wettelijke definitie van ouderdomspensioen.
De Raad van State oordeelt dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht de uitkering niet buiten beschouwing heeft gelaten bij het vaststellen van het toetsingsinkomen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.