ECLI:NL:RVS:2014:235
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 27 maart 2012 werd afgewezen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling ongegrond, waarna de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de hardheidsclausule in het kader van het mvv-vereiste. De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering omtrent het niet toepassen van de hardheidsclausule onvoldoende was. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling geen rechten kan ontlenen aan ambtelijke misslagen en dat onvoldoende was onderbouwd waarom het onmogelijk zou zijn om met het gezin legaal in Italië te wonen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat de staatssecretaris de afwijzing van de verblijfsvergunning terecht handhaafde, mede vanwege het ontbreken van een uitzonderlijk geval dat toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.