ECLI:NL:RVS:2014:2425
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag op nihil wegens ontbreken geldige overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het in 2010 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag aan appellant herzien en vastgesteld op nihil, omdat niet was aangetoond dat de opvang plaatsvond op basis van een geldige schriftelijke overeenkomst zoals vereist volgens de Wet kinderopvang (Wko).
Appellant voerde aan dat zij wel degelijk kosten had gemaakt en overhandigde facturen, bankafschriften en overeenkomsten, maar de Belastingdienst betwijfelde de authenticiteit en volledigheid van deze stukken, met name het ontbreken van handtekeningen en essentiële gegevens zoals de uurprijs en bemiddelingskosten.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opvang op basis van een geldige overeenkomst had plaatsgevonden. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel, verwijzend naar de wettelijke eisen uit artikel 52 Wko Pro en artikel 11 van Pro de Regeling Wet kinderopvang, en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag op nihil wordt bevestigd.