ECLI:NL:RVS:2014:2459
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid inreisverbod na langdurig onrechtmatig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 23 oktober 2013 een besluit genomen waarin een vreemdeling werd opgedragen Nederland binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank Den Haag had dit inreisverbod vernietigd, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het beleid zoals neergelegd in de Vreemdelingencirculaire en de toelichting op het Vreemdelingenbesluit 2000 het opleggen van een inreisverbod rechtvaardigt wanneer een vreemdeling langdurig onrechtmatig in Nederland verbleef, op het punt staat het land te verlaten en geen onmiddellijke vertrekplicht heeft. De rechtbank had dit niet correct beoordeeld.
De vreemdeling voerde aan dat haar familie- en gezinsleven in Nederland onvoldoende was meegewogen, maar de Raad van State stelt vast dat dit aspect door de staatssecretaris is betrokken en dat er mogelijkheden zijn om via een aanvraag het inreisverbod te laten opheffen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.