ECLI:NL:RVS:2019:1154
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging inreisverbod wegens limitatieve opsomming in vreemdelingenbeleid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 14 augustus 2017 een inreisverbod uit tegen een vreemdeling na opheffing van diens ongewenstverklaring. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde omdat het inreisverbod niet binnen de limitatief opgesomde gevallen in paragraaf A4/2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 viel.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de uitleg van paragraaf A4/2.1 van de vreemdelingencirculaire, waarin wordt bepaald in welke gevallen een inreisverbod kan worden uitgevaardigd ondanks het geven van een vertrektermijn. De staatssecretaris stelde dat deze opsomming niet limitatief was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de opsomming in paragraaf A4/2.1 wel degelijk limitatief is en dat het beleid een uitzondering vormt op de hoofdregel dat geen inreisverbod wordt uitgevaardigd bij het geven van een vertrektermijn. De rechtbank had daarom terecht het besluit vernietigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het inreisverbod onrechtmatig was en vernietigt het besluit niet, waarbij de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.