ECLI:NL:RVS:2014:2469
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere vaststelling rijksbijdrage wegens onvoldoende onderwijstijd bij Lentiz
De minister heeft de rijksbijdrage 2011 aan Lentiz voor de locatie Professor Holwerdalaan 62 te Naaldwijk lager vastgesteld met een correctie van €332.207, omdat de opleiding Natuur en vormgeving niet voldeed aan de minimale norm van 850 onderwijstijduren per studiejaar. Lentiz maakte bezwaar, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Lentiz ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de minister terecht de rijksbijdrage heeft verlaagd op grond van artikel 4:49 Awb Pro, omdat de onderwijstijd niet voldeed aan de wettelijke norm uit artikel 7.2.7 WEB. De berekening van de onderwijstijd door de Inspectie was transparant en niet onjuist. De door Lentiz aangevoerde extra uren, waaronder uren besteed aan het Sinterklaasproject en lesuren verzorgd door stagiaires, konden niet meetellen als onderwijstijd.
Verder oordeelde de Afdeling dat de minister de criteria voor onderwijstijd terecht hanteerde zoals vastgelegd in de brief van de Inspectie van 7 september 2006. De verlaging van de rijksbijdrage was proportioneel en niet in strijd met het EVRM. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de lagere vaststelling van de rijksbijdrage wegens onvoldoende onderwijstijd en verklaart het hoger beroep ongegrond.