ECLI:NL:RBROT:2013:BZ6996
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit lagere rijksbijdrage mbo wegens onvoldoende onderwijstijd maar rechtsgevolgen in stand gelaten
Eiseres, een onderwijsinstelling, kreeg de rijksbijdrage 2011 verlaagd met €332.207,- omdat 66 deelnemers niet voldeden aan de norm van minimaal 850 klokuren onderwijstijd per studiejaar. Verweerder stelde dat uren verzorgd door stagiairs en excursies niet als onderwijstijd konden worden meegeteld. Eiseres voerde aan dat verweerder de begrippen geprogrammeerde, geplande en gerealiseerde onderwijstijd door elkaar haalde en dat de bekostiging rechtmatig was vanwege goedkeurende accountantsverklaringen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de wet juist toepaste en dat de inspectie bevoegd was onderzoek te doen. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat begeleidingsbevoegde docenten waren ingeroosterd bij de stagiairs. Ook werden excursies en projecten tijdens assessmentweken terecht niet als onderwijstijd erkend. De rechtbank stelde vast dat niet aan de urennorm was voldaan, waardoor de lagere rijksbijdrage terecht was vastgesteld.
Eiseres stelde dat de korting disproportioneel was en verweerder onvoldoende belangenafweging had gemaakt. De rechtbank vernietigde het besluit wegens ondeugdelijke motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand na een belangenafweging. Verweerder mocht terugvordering toepassen vanwege het belang van rechtmatige besteding van gemeenschapsgelden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.