ECLI:NL:RVS:2014:2489
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- K.J.M. Mortelmans
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opzettelijke niet-naleving meststoffen door college Zuid-Holland
In deze zaak stond het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland centraal waarin opzettelijke niet-naleving van de randvoorwaarde voor emissiearm uitrijden van mest werd vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de subsidieontvanger gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een mogelijkheid tot tegenbewijs en onvoldoende beoordeling van de toerekening van de overtreding aan de subsidieontvanger.
De Afdeling verwees naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie waarin werd vastgesteld dat opzettelijke niet-naleving inhoudt dat de subsidieontvanger bewust of met aanvaarding van het risico handelt. Tevens kan de begunstigde aansprakelijk worden gesteld voor overtredingen door derden indien sprake is van opzet of nalatigheid bij de keuze, het toezicht en de instructies aan die derde.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende heeft onderzocht of de overtreding door de derde, een loonwerker, aan de subsidieontvanger kon worden toegerekend en dat de subsidieontvanger geen gelegenheid tot tegenbewijs is geboden. Ondanks vernietiging van het besluit blijven de rechtsgevolgen in stand omdat de subsidieontvanger onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd en tekort is geschoten in toezicht en instructie.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van griffierechten. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van Europese subsidieregels en de verantwoordelijkheid van subsidieontvangers voor het handelen van derden die werkzaamheden uitvoeren.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrek aan tegenbewijs, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.