ECLI:NL:RVS:2014:2608
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid verblijfsvergunningprocedure en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 4 juni 2007 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van de herkomst van de vreemdeling uit Sierra Leone, waarbij diverse taalanalyses werden besproken. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte twijfelde aan de juistheid van de door het Bureau Land en Taal verrichte analyse, mede gelet op de bevestiging door een Zweeds taalanalysebureau. De vreemdeling slaagde er niet in de bevindingen te weerleggen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd vastgesteld dat de procedure niet binnen een redelijke termijn was afgerond, waardoor de minister werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €4.000 aan de vreemdeling wegens overschrijding van de redelijke termijn en vertraging door de staatssecretaris.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €243,50 ten behoeve van de rechtsbijstand van de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan op 10 juli 2014 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.