ECLI:NL:RVS:2014:263

Raad van State

Datum uitspraak
23 januari 2014
Publicatiedatum
29 januari 2014
Zaaknummer
201311669/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring na intrekking maatregel

De vreemdeling werd op 8 december 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 december 2013 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.

Tijdens de procedure werd de maatregel van vreemdelingenbewaring op 13 december 2013 opgeheven. Tevens trok de staatssecretaris op 20 december 2013 het terugkeerbesluit van 8 december 2013 in en bood volledige schadevergoeding aan voor de periode van 8 tot en met 12 december 2013. Ook werd een volledige proceskostenvergoeding aangeboden voor zowel het beroep tegen de bewaring als tegen het terugkeerbesluit.

De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling hierdoor geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep. Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.

Uitspraak

201311669/1/V3.
Datum uitspraak: 23 januari 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 23 december 2013 in zaak nr. 13/31143 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 8 december 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 23 december 2013 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Hetgeen de vreemdeling met zijn hoger beroep kennelijk nastreeft, is bereikt, aangezien de maatregel van bewaring op 13 december 2013 is opgeheven en de staatssecretaris hangende het door de vreemdeling tegen het terugkeerbesluit van 8 december 2013 ingestelde beroep op 20 december 2013 dat besluit heeft ingetrokken en de vreemdeling voor de periode van 8 december 2013 tot en met 12 december 2013 volledige schadevergoeding heeft aangeboden. Voorts heeft de staatssecretaris een volledige proceskostenvergoeding in zowel het beroep tegen de maatregel van bewaring als in het beroep tegen het terugkeerbesluit van 8 december 2013 aangeboden.
Voor het oordeel dat de vreemdeling niettemin nog belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, bestaat geen grond.
2. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, ambtenaar van staat.
w.g. Verheij w.g. Van de Kolk
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2014
347-777.