ECLI:NL:RVS:2014:2722
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- A. Hammerstein
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding immateriële schade wegens onrechtmatige besluiten Belastingdienst
Appellante verzocht de Belastingdienst om vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatige besluiten omtrent kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst wees dit verzoek af, wat door appellante werd aangevochten bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het overgangsrecht van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten van toepassing is en dat de rechtbank terecht het verweerschrift van de Belastingdienst heeft betrokken ondanks de late indiening. Appellante stelde dat zij door de besluiten ernstige persoonlijke schade had geleden, maar de rechtbank concludeerde dat niet was aangetoond dat haar eer of goede naam of persoon zodanig was aangetast dat een schadevergoeding op grond van artikel 6:106 BW Pro gerechtvaardigd was.
De Raad van State onderschreef dit oordeel en verwierp het beroep van appellante. Ook het beroep op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het verzoek om sancties faalden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek om vergoeding van immateriële schade door de Belastingdienst.