ECLI:NL:RVS:2014:2734
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderopvangtoeslag wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst en onvoldoende bewijs kosten
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 voor appellant vast op nihil, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zij de kosten voor kinderopvang daadwerkelijk had gemaakt en omdat er geen schriftelijke overeenkomst was zoals vereist volgens artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang.
Appellant voerde aan dat zij wel kosten had gemaakt en overhandigde kwitanties en bankafschriften, maar deze werden door de rechtbank en de Raad van State niet als voldoende bewijs erkend, mede omdat de betalingen via het gastouderbureau liepen en voorschotten aan het bureau werden uitgekeerd. Daarnaast was er geen schriftelijke overeenkomst die de opvang bevestigde.
De Raad van State oordeelde dat het niet van belang is dat appellant te goeder trouw handelde of niet wist dat zij later bewijs moest leveren. De wet vereist dat de opvang plaatsvindt op basis van een schriftelijke overeenkomst en dat de kosten aantoonbaar zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 blijft op nihil vastgesteld.