ECLI:NL:RVS:2014:2745
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoeken tegen asbest en onkruid op naastliggende percelen
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn om handhavend op te treden tegen asbestresten, een hekwerk en overlast door onkruid op naastgelegen percelen. Het college wees deze verzoeken af, wat door appellante werd aangevochten via bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en het beroep van wederpartij niet-ontvankelijk. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en oordeelde dat het college niet onrechtmatig had gehandeld. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het college geen dwangsommen verschuldigd was, dat de commissie voor bezwaarschriften de relevante stukken had ingezien, en dat de situatie ter plaatse voldoende was onderzocht.
Verder werd geoordeeld dat het Asbestverwijderingsbesluit 2005 niet van toepassing was, dat handhaving tegen onkruidoverlast niet aannemelijk was omdat afspraken waren gemaakt over periodiek maaien, en dat het hekwerk omgevingsvergunningsvrij was omdat het tijdelijk en functioneel was voor bouwactiviteiten.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.