ECLI:NL:RVS:2014:2750
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken identiteitspapieren
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af, omdat hij geen geldig buitenlands paspoort en geen gelegaliseerde geboorteakte kon overleggen. Appellant beschikte wel over een verblijfsvergunning regulier met de beperking dat hij buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten.
Appellant stelde dat hij bewijsnood had omdat hij ondanks pogingen geen documenten kon verkrijgen, onder meer vanwege de weigering van de ambassade van Mauritanië mee te werken. Hij verwees naar eerdere jurisprudentie en het EVRM, stellende dat het beleid willekeurig was en zijn recht op privéleven werd geschonden.
De Raad van State oordeelde dat het beleid om een geldig buitenlands reisdocument en gelegaliseerde geboorteakte te eisen terecht is en dat het bezit van een buitenschuld-vergunning niet automatisch tot afwijking van dit beleid leidt. Appellant had onvoldoende aangetoond dat hij al het mogelijke had gedaan om de documenten te verkrijgen en dat sprake was van bewijsnood. Ook was niet gebleken dat de staatssecretaris willekeurig had gehandeld of dat zijn privéleven werd aangetast.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.