ECLI:NL:RVS:2014:531
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap minderjarige wegens paspoortvereiste
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het verzoek om mede aan de minderjarige dochter van appellante het Nederlanderschap te verlenen, af te wijzen. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil is het vereiste dat de minderjarige een geldig buitenlands paspoort moet overleggen om haar identiteit en oorspronkelijke nationaliteit vast te stellen. Appellante betoogde dat dit niet nodig was omdat de identiteit van de dochter kon worden vastgesteld aan de hand van haar Nederlandse geboorteakte en dat de Iraakse nationaliteit vaststond op grond van geboorte binnen een rechtsgeldig huwelijk van Iraakse onderdanen.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het paspoortvereiste strikt werd gehandhaafd en waarom de overgelegde geboorteakte en andere stukken niet voldoende waren om de nationaliteit vast te stellen. Het beleid in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap werd als redelijk beoordeeld, maar de toepassing ervan in dit geval was onredelijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de zaak werd terugverwezen met de opdracht het beroep alsnog gegrond te verklaren. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het Nederlanderschap wordt vernietigd.